WAT MOEI D'R MET

woensdag, januari 17, 2007



Mijn weblog is verhuisd naar mijn eigen domein!!

Kijk
hier maar!

maandag, januari 15, 2007

Scheve Schaats

Schaatsen. Ik kan het niet. Sta niet recht op die dingen. Vroeger op houtjes ging het nog wel, maar later op 'hoge noren' was de lol er al snel af. Het valt namelijk niet mee om snelheid te maken, als je enkels in een hoek van 30 graden boven het ijs staan. Bart Veldkamp zou dat aan de hand van beelden, waarin hij pijltjes tekent, haarfijn kunnen uitleggen.
Bart vind ik wel goed. Hij heeft verstand van de materie, gevoel voor humor en kan het nog aardig uitleggen ook. Ria Visser is ook niet slecht, maar als ik haar naar Mart Smeets zie kijken, terwijl ze een door hem gestelde vraag beantwoordt, dan dringen zich in mijn hoofd onweerstaanbaar andere beelden op dan de beelden waarin Bart Veldkamp pijltjes tekent.
Schaatsen. Vroeger hielden we altijd de rondetijden bij. In het sportkatern van de krant stonden toen schema's afgedrukt, die je zelf kon invullen. Waarom we dat deden weet ik niet. Zowel mijn broers als ik hadden niet de ambitie om later schaatscoach te worden. Ik denk dat het meer een traditie was en het vergrootte natuurlijk de betrokkenheid, want je kon geen rit missen. Als het toernooi afgelopen was moesten alle vakjes ingevuld zijn.
Ik heb dit weekend in mijn krant geen invulschema's gezien. Mijn betrokkenheid bij het schaatsen is dan ook niet meer wat het in vergelijking met vroeger geweest is. Ik kijk nog wel naar de belangrijke ritten, maar verder heb ik meer oog voor wat er omheen gebeurt. Zo ben ik bijvoorbeeld razend benieuwd naar de hoedanigheid van de man, die onze Ireen na haar 5 km indringend toesprak, terwijl hij haar dijen kneedde. Mart Smeets had dat toch even moeten navragen en melden, vind ik. Want, als je intieme shots maakt in de kantlijn van het ijs, mag je best even uitleggen wat er aan de hand is. Ook al is het alleen maar om misverstanden te voorkomen. Maar Mart deed er het zwijgen toe. Waarschijnlijk was hij even weggedroomd tussen de dijen van mevrouw Visser.

dinsdag, januari 02, 2007

Meppel

Ik heb jaren gevoetbald. Ik bedoel: jaren geleden heb ik gevoetbald. Bij de plaatselijke vereniging in mijn toenmalige woonplaats Sleen. Eerst op zaterdag en later in de zaal, omdat ik dat geploeter op een nat veld in de koude herfstmaanden wel had gezien. Ik blonk niet uit, maar kon een aardig balletje meetrappen. In de derde helft was ik het sterkst.
Vorige week heb ik, na ruim tien jaar, weer eens in de zaal gespeeld. Een kroegentoernooi in Oosterhesselen. Na twee wedstrijden was ik de oudste speler in ons team, omdat de oudste tot dat moment, met een knieblessure de douche opzocht. Willem was het korte werk blijkbaar ook niet meer gewend.
'Kijk uit', had Janet gewaarschuwd. Ze zag me al thuis komen met gescheurde enkelbanden, een zweepslag of nog erger. 'Tuurlijk kijk ik uit', was mijn reactie geweest. Ik had immers ook geen zin om oud en nieuw op krukken te vieren. Daarom speelde ik in de punt naar achteren en bemoeide me hoofdzakelijk met de opbouw. Individuele acties liet ik aan anderen over. Aan Henk bijvoorbeeld, die na drie wedstrijden met een kwetsuur aan zijn rug ook onder de douche stond, omdat hij aan de zijlijn met een sliding onderuit werd gehaald en met zijn rug keihard tegen de muur belandde. Veldvoetballers zonder enige aanleg voor techniek moeten een zaalverbod krijgen, vond ik. Henk was dat met mij eens.
Ook al protesteerde er hier en daar een spiertje, ik heb de vijf wedstrijden die er gespeeld moesten worden volgemaakt.
De volgende dag ging ik met Herman de schilder naar Meppel. 'Vanaf hier is het maar vijf minuutjes lopen naar het centrum', zei Herman op de plek waar we de auto parkeerden. 'Daar weet ik een leuke kroeg.' Hij had hoegenaamd geen medelijden met mij, terwijl hij wist dat ik mijn linker been nauwelijks voor mijn rechter kon krijgen.

donderdag, december 21, 2006

De avonden

Laat ik drie jaar geweest zijn. Ik drentel aan de ene kant aan de hand van mijn vader en aan de andere kant loopt mijn twee jaar oudere broertje. Het is aan het eind van de middag en het is al aardig donker. De straatklinkers zijn nat en glimmen onder het licht van spaarzame straatlantaarns. We hebben onze dikke jasjes aan en mijn vader heeft de kraag van zijn lange kakikleurige overjas opgezet. Op zijn vilten hoed glinsteren fijne druppeltjes.

Dit zou het begin van een boek kunnen zijn. Het verhaal speelt zich af in de jaren 50 en het is herfst. November of misschien december. In het dorp staat slechts hier en daar een tv-antenne op het dak. Televisie is nog zwart-wit en zeker geen gemeengoed.
‘s Avonds kun je kiezen uit Nederland 1 en Nederland 2. Overdag wordt alleen het testbeeld uitgezonden. Ontbijt-tv is er niet en programma’s worden de volgende ochtend niet herhaald. Europees voetbal is een unicum en als je de gelukkige bezitter bent van een tv-toestel, zit je hele huiskamer op zo’n avond vol.

De avonden waren toen lang. Dat zijn ze nu nog, maar anders. Met de computer en het huidige zenderaanbod is het gemakkelijker om de avonden door te komen. Voor iedereen is er wel wat. Destijds werd er meer gelezen en vermaakten jong en oud zich met spelletjes: dammen, ganzenborden, kaarten, mens-erger-je-nieten en dat soort dingen. Tegenwoordig wordt er ter lering ende vermaak van alles gedownload (wat overigens een vreselijk anglicisme is), duw je een dvd-tje in de gleuf, kijkt gewoon tv of gaat desnoods sporten. De mogelijkheden om je te vermaken lijken onbeperkt. Iedereen doet zijn eigen ding, zapt er vrolijk op los en gedraagt zich als een waardige consument van de moderne tijd. Waar zijn de avonden gebleven dat je de schaakstukken opzette met naast het bord twee halve liters Grolsch?

Waar zijn de avonden gebleven dat je tot diep in de nacht continenten veroverde en om tactische redenen verdragen sloot om die uren later te schenden, omdat je een spelletje Risk nou eenmaal speelt om te winnen?
Waar zijn de avonden gebleven van de kaartclub in de plaatselijke kroeg, waar het in de pauze dringen was om een biertje te bemachtigen aan de bar?
In welke huiskamer wordt er ’s avonds nog gescrabbeld?
Ik weet het niet, maar als ik kinderen spelletjes zie doen met behulp van een toetsenbord en bij de kaartclub het aantal leden langzaam maar zeker zie dalen door, wat je zou kunnen noemen ‘natuurlijk verloop’, dan denk ik dat het fenomeen Playstation het wint van de winteravondgezelschapsspelletjesmensen.

Hé, wacht even met schrijven, ja? Dat is toevallig wel mooi even 2 x letterwaarde en 3 x woordwaarde, ja?
Hoezo, dat woord bestaat niet!?


(Geschreven voor het decembernummer van Drenthe Magazine.)

vrijdag, december 15, 2006

Kunstgrepen

Vandaag had 'ie binnen moeten zijn. De brief van mijn goede vriend en zeer gewaardeerd kunstenaar, althans buiten zijn eigen stad, Joseph Lokker. Voor 15 december stond er duidelijk in de advertentie. En verder, dat het Centrum voor de Kunsten in Zuidoost-Drenthe het zeer op prijs stelt, wanneer juist kandidaten uit de regio solliciteren naar de functie Hoofd afdeling Beeldende Kunst. Joseph woont in de regio, Joseph kent de regio. Je zou kunnen zeggen: Joseph is de regio. Kortom, Joseph was geschapen om inhoud te geven aan deze functie met een omvang van 6 uur per week.

We hadden nog overwogen om allebei te solliciteren. Niet om elkaar te beconcurreren, maar om de functie als duobaan in te vullen. We hadden bedacht, dat er dan wellicht ook nog wel ruimte zou zijn voor een secretaresse voor 10 minuten per week, omdat we daar allebei dan slechts 5 minuten per week voor hoefden in te leveren. De werkgelegenheid in Zuidoost-Drenthe zou er een impuls door krijgen, zo hadden we gedacht.

Maar het pakt anders uit.

In Vooruit Magazine, een Zuidoost-Drents cultuurkrantje, dat mij via een andere goede vriend onder ogen kwam, lees ik tot mijn stomme verbazing, dat het nieuwe Hoofd van de Afdeling Beeldende Kunst al lang bekend is. In een artikeltje in het novembernummer, begeleid door een foto waarop het vertrekkende en het toekomstige afdelingshoofd staan afgebeeld, stelt Peter Veen, de schrijver van het artikeltje, Rixt Smits voor. Peter Veen is, als ik goed ben ingelicht, docent aan het Centrum voor de Kunsten en het vertrekkende afdelingshoofd is zijn vriendin Saskia Boelsums.
Ik weet niets over de verhouding Veen-Boelsums/Smits, maar, zou hier wellicht sprake kunnen zijn van kunstmatige inseminatie?

Voor inlichtingen kunt u zich wenden tot:
H.Jeurissen, directeur en C.van Meerten, staflid.

zondag, november 26, 2006

Gebakken lucht


Albert rijdt op een vrachtwagen. Hij is dus vrachtwagenchauffeur. 's Morgens moet hij vroeg uit de veren om in Noord-Nederland vlees te bezorgen bij slagers en supermarkten. Albert kent de wegnummers in het Noorden uit z'n hoofd, weet waar wegwerkzaamheden kunnen zorgen voor vertraging en beschikt over ingebouwde sensoren die hem waarschuwen voor flitspalen.
Ondanks dat Albert elke morgen om drie uur moet opstaan, vindt hij z'n werk toch leuk. Ik kan me daar wel iets bij voorstellen. Op een regenachtige novemberochtend rij je daar in je eigen wereldje door het donker. Ruitenwissers die eindeloos druppels wegvegen. Lampjes aan op het dashbord, de kachel snorrend op twintig graden en Henk Wijngaard op de radio. Af en toe er even uit om een half varken af te leveren en dan weer gezellig lekker warm achter het stuur, op weg naar de volgende klant.
En om zeven uur even stoppen bij een tankstation om wat lekkers te kopen. Dan gauw weer achter het stuur. Opschakelen naar z'n vijf en dan de verpakking van het lekkers openmaken en er achter komen dat je gebakken lucht hebt gekocht...
De teleurstelling die je alleen moet verwerken en waar je je manmoedig overheen zet, omdat vrachtwagenchauffeurs kerels zijn. Lijkt me geweldig.

zondag, oktober 29, 2006

Bootsjongens


Als de kapitein terug is van het toilet kunnen we vertrekken. Aan boord is ook wel een toilet, maar in de haven wordt daar geen gebruik van gemaakt. Dan ga je naar het toiletgebouw. De bemanning bestaat uit twee bootsjongens -Herman Kolker en ik- en kapitein Jan Withaar, die tevens de eigenaar is van de 8,5 ton wegende zeilboot, waar we drie dagen mee gaan varen op het IJsselmeer. De eerste dag varen we van Lemmer via de sluizen bij Enkhuizen naar Hoorn. De tweede dag naar Lelystad en de derde dag terug naar Lemmer, de thuishaven van de Super Nova.
Als we goed en wel de haven uit zijn, neemt de kapitein even wat noodscenario's met ons door, waarvan de belangrijkste is, wat je moet doen als er iemand over boord kiepert. Herman, de ervaren bootsjongen, weet dat natuurlijk uit z'n hoofd, maar ik als onervaren ketelbinkie moet weten wat te doen, als bijvoorbeeld bootsjongen 1 over boord slaat en de kapitein even z'n middagdutje doet. In zo'n geval is het devies: kop in de wind, motor starten, zeilen inhalen en als de bliksem terug naar de drenkeling. We gaan het niet oefenen, omdat de temperatuur van het water maar 13 graden is.
Met windkracht 4 tot 5 blaast de wind ons in 4 uur tijd naar Enkhuizen. Daar moeten we de sluizen door, want om in Hoorn te komen moet je door de Markerwaard. Als de zeilen weer gehesen zijn en de kapitein op zijn apparatuur de koers naar Hoorn moet gaan uitzetten, komt hij met een voorstel. 'Wat vinden jullie ervan om in plaats van naar Hoorn naar Marken door te zeilen?' We kijken elkaar geschrokken aan. Naar Marken? 'Ik geef jullie tien minuten bedenktijd', vervolgt de kapitein. We kijken elkaar nog eens aan en nog voordat hij zich kan omdraaien roepen we: Hoorn, want wat hebben gezonde bootsjongens nou te zoeken in Marken?