WAT MOEI D'R MET

dinsdag, januari 31, 2006

Jan Soldaat

"Je moet weer eens wat schrijven", zei Klaas vorige week. Klaas werkt bij de krant als eindredacteur en ik ken hem uit de kroeg, waar hij met zekere regelmaat zijn avondmaaltijd nuttigt.
Klaas heeft gelijk. Door gebrek aan inspiratie is het er de afgelopen tijd niet van gekomen, maar ik moet weer eens wat schrijven. De vraag is alleen waarover.

Over het gestegen aantal huisartsen dat met een burn out, als gevolg van de nieuwe ziektekostenverzekering, klant is geworden bij een collega? Over studenten, die op de middelbare school liever lui waren dan moe en nu over leraren lopen te klagen, dat die hen te weinig wiskunde hebben geleerd?
Nee, over de Nederlandse missie naar Afghanistan. En over de jongens die daar heen gaan natuurlijk. In Netwerk werden zondag een paar van onze jongens geinterviewd.

Waarom zit jij in het leger, zodat de kans bestaat dat jij voor een vredesmissie naar een land moet waar het meestal warm is en het er heet aan toe gaat?
"Ach, je bent van de straat", zegt soldaat 1. "Ik kan hier veel sporten en aan mijn conditie werken", zegt soldaat 2. "Ik heb hier mijn rijbewijs gehaald", motiveert soldaat 3 z'n keuze voor het leger.
En wat vind je er nou van dat je naar Afghanistan moet en dat het daar met de Taliban en zo best gevaarlijk kan zijn?
"Ja, wat zal ik zeggen. Je hebt er voor gekozen om in het leger te gaan, dus dat hoort erbij".

Het is duidelijk, Jan Soldaat is er helemaal klaar voor. De motivatie om een land te helpen opbouwen druipt er vanaf.
Maar weet je wat ik niet begrijp? Dat er militairen naar Afghanistan worden gestuurd om te helpen het land op te bouwen. Militairen moeten geen land opbouwen, militairen moeten vechten of in het kader van een vredesmissie er voor zorgen dat er niet wordt gevochten. Een land helpen opbouwen doe je niet met een geweer in je hand. Een land helpen opbouwen doe je door het vertrouwen te winnen van de plaatselijke bevolking en door aan te sluiten bij hun behoeften, zodat er een gezamenlijk belang ontstaat. Dat heet opbouwwerk en dat vraagt om een heel andere benadering, waarin het aankomt op vertrouwen.
Militaire 'welzijnswerkers' een land insturen, met in de ene hand een geweer en in de andere hand een schop, is volgens mij vragen om oorlog.