Vaasjes
Ton Opdeweegh is mijn zwager en woonachtig te Alphen aan de Maas. Hij schrijft ook een weblog en doet daar altijd een plaatje bij. Gisteren had hij een foto met daarop twee vaasjes: een gele en een rode en de vraag aan mij, of ik daar iets bij zou kunnen schrijven.
Vanwaar die vraag?
In mijn column 'Blues' heb ik geschreven, dat mijn columns al schrijvende ontstaan. Dat had bij hem de vraag opgeroepen hoe zijn eigen verhalen ontstaan. Nou, om een lang verhaal kort te maken: soms aan de hand van een plaatje. Bijvoorbeeld een plaatje met daarop twee vaasjes. Maar, zo vroeg hij zich vervolgens af: wat moet je daar nou over schrijven?
Tja, vaasjes spreken eigenlijk voor zichzelf. Ze zijn mooi of niet, of er tussenin. Je hebt trouwens ook vaasjes die uitgesproken lelijk zijn. Echt hele mooie vaasjes zijn volgens mij zeldzaam.
Vroeger stond er op zondag in de kerk voor de preekstoel, een grote glazen vaas met daarin een megabos bloemen. Door de week bevond die vaas zich in de ruimte onder de preekstoel. Je kon je toegang tot die ruimte verschaffen, als je wist waar het sleuteltje lag, dat pastte op het slot van het deurtje waardoor je naar binnen moest. Wij konden dat, omdat de jeugd van de kerk, beurtelings en in tweetallen, die megabos op zaterdagavond in die grote vaas op een rank hoog tafeltje voor de preekstoel moest zetten. Het sleuteltje lag in een klein laadje dat zich in de doopvont bevond.
Behalve de grote glazen vaas stonden er in die 'geheime' ruimte ook dozen met daarin flessen wijn: pleegzuster bloedwijn. Deze wijn werd tijdens de avondmaalviering door de dominee in zilveren vazen geschonken, waaruit de volwassen kerkleden dan allemaal een slokje namen.
Dat was altijd een heel plechtig gebeuren, dat slechts werd verstoord door ingehouden gekuch, omdat dat nou eenmaal niet anders kan.
Op zaterdagavond ging het er iets minder plechtig aan toe. Bij gebrek aan tafelzilver nipten we gewoon uit de fles.
Vanwaar die vraag?
In mijn column 'Blues' heb ik geschreven, dat mijn columns al schrijvende ontstaan. Dat had bij hem de vraag opgeroepen hoe zijn eigen verhalen ontstaan. Nou, om een lang verhaal kort te maken: soms aan de hand van een plaatje. Bijvoorbeeld een plaatje met daarop twee vaasjes. Maar, zo vroeg hij zich vervolgens af: wat moet je daar nou over schrijven?
Tja, vaasjes spreken eigenlijk voor zichzelf. Ze zijn mooi of niet, of er tussenin. Je hebt trouwens ook vaasjes die uitgesproken lelijk zijn. Echt hele mooie vaasjes zijn volgens mij zeldzaam.
Vroeger stond er op zondag in de kerk voor de preekstoel, een grote glazen vaas met daarin een megabos bloemen. Door de week bevond die vaas zich in de ruimte onder de preekstoel. Je kon je toegang tot die ruimte verschaffen, als je wist waar het sleuteltje lag, dat pastte op het slot van het deurtje waardoor je naar binnen moest. Wij konden dat, omdat de jeugd van de kerk, beurtelings en in tweetallen, die megabos op zaterdagavond in die grote vaas op een rank hoog tafeltje voor de preekstoel moest zetten. Het sleuteltje lag in een klein laadje dat zich in de doopvont bevond.
Behalve de grote glazen vaas stonden er in die 'geheime' ruimte ook dozen met daarin flessen wijn: pleegzuster bloedwijn. Deze wijn werd tijdens de avondmaalviering door de dominee in zilveren vazen geschonken, waaruit de volwassen kerkleden dan allemaal een slokje namen.
Dat was altijd een heel plechtig gebeuren, dat slechts werd verstoord door ingehouden gekuch, omdat dat nou eenmaal niet anders kan.
Op zaterdagavond ging het er iets minder plechtig aan toe. Bij gebrek aan tafelzilver nipten we gewoon uit de fles.


<< Home